Home | Nieuws | Liefde voor volleybal

Liefde voor volleybal

26/08/2016

Volgende lyrische ode aan het volleybal verscheen deze week op de Sport.Blog van Pieterjan Blondeel. We spelen even “leentjebuur” om onze lezers te laten meegenieten. Met dank aanbrilsmurf voor de mooie tip!

LIEFDE VOOR VOLLEYBAL

Ik heb op SPORT.Blog al vaak geschreven over volleybal. Meestal euforisch, soms kritisch. Als ik euforisch was dan kwam de liefde voor het volleybal naar boven. Als ik kritisch was dan nam de bezorgdheid de bovenhand. Dit stukje gaat over liefde voor het volleybal. Voor mij op het eerst zicht. Voor anderen niet want volleybal gaat over meer dan wat je op het eerste zicht ziet. Er bestaat in mijn ogen geen mooiere, veelzijdigere en completere sport dan volleybal. Bevooroordeeld, zegt u? Ik?

Oké, misschien een beetje. Ik volleybal sinds m’n zesde. Opgeteld is dat ondertussen al meer dan 20 jaar. Maar het staat iedereen vrij om voor zijn sport te pleiten. Da’s het mooie eraan. Misschien brengt u uw weekends door met kleiduifschieten, straatlopen, hockey, zwemmen,…Vooral blijven doen zou ik zeggen. En mij dat onderaan deze blogpost laten weten.

 

Waarom deze liefdesverklaring voor het volleybal?

Wel, straks word ik voor het eerst vader (joepie!) en dat deed bij mij enkele vragen rijzen. De meeste niet relevant voor deze blog maar soit, eentje wel. Zo vraag ik mij af voor welke sport mijn kind later zal kiezen. En als het niet zou sporten dan is dat ook best oké hoor maar laat ons louter hypothetisch eens stellen van wel. Ik duim zo hard dat het volleybal wordt. ‘k Heb zelf volleybal, voetbal en tennis gecombineerd tot m’n zeventiende. En dan voluit voor het volleybal gekozen. En als ik 100 keer opnieuw zou mogen kiezen, ik zou 100 keer dezelfde keuze maken.

 

Waarom?

Volleybal is niet simpel. Noem het gerust een moeilijke sport. Eufemistisch gezegd: een uitdaging. Om een open deur in te stampen: een kind wordt geboren en kan sjotten tegen een bal, maar een loepzuivere pas produceren? Neen, dat is vakwerk.

Ik herinner mij urenlang tegen de muur van onze garage toetsen. Duim en wijsvinger in een hartvorm rond de bal. Keer na keer proberen de bal niet te laten draaien. Streven naar die perfecte pas. Een pas die schijnbaar gewichtsloos hangt. En even blijft zweven in de lucht.

 

Schoon toch?

In voetbal is men wild van die traptechniek waarbij de bal zweeft en rare curven vertoont. ‘Magisch! Wereldklasse! Onwaarschijnlijk!‘ In volleybal noemt dat een float service en vallen we niet meer achterover. Ik herinner mij pijnlijke rode armen van ‘onderhands te spelen’. Armen bij elkaar, vingers bijna religieus samengevouwen. Alsof je geen volleybal aannam maar een hostie. Een bal die je met één contact moest sturen. Staand op je tippen en toch in evenwicht. Katachtige reflexen als back-up. Ik herinner mij het lange wachten tot we mochten leren aanvallen. Eerst geduldig leren opbouwen. Verdediging, dan opbouw en daarna pas leren aanvallen. En aanvallen moest je ook echt leren. Anders riskeerde je die schouder kapot te slaan omdat je een verkeerde techniek had. Ik herinner mij dat blokken. Of eerder blokken om te blokken. Zucht… Want eigenlijk was je zo klein dat wanneer je leerde blokken, je met moeite boven de netrand kwam. En toch moet je het leren want ooit kwam de dag dat je groot genoeg was en / of hoog genoeg sprong. Hoewel je dat als kind natuurlijk moeilijk snapte.

Ja maar, volleybal is binnen. Als het mooi weer is dan zit je daar in je sporthal‘. Gedeeltelijk akkoord. Maar dan ga je toch gewoon in het zand volleyballen. Beachvolleyballen is de zomersport bij uitstek. En geloof mij. We leven in België. Niemand heeft ooit in hartje winter gesproken: ‘Ben ik blij dat mijn kind voetbalt zodat ik buiten in de vrieskou kan staan verkleumen in de gure regen en pal in de wind tijdens de 13-0 overwinning tegen Poelkappele.‘ Niemand.

 

Volleybal is vriendschap.

De kameraadschap tussen teamgenoten, verbroedering met tegenstanders. Een handshake en een pint. Of die cola die je kocht met het bonnetje dat je kreeg na de match. Ach, ik herinner mij die zalige volleybalkampen. Trainen als een prof maar tussen de trainingen door wel het record ‘softijs binnen lepelen‘ verbeteren. Of doordat je te lang opbleef op de fuif de laatste avond, de laatste dag van het kamp met kramp tot achter je oren zitten van vermoeidheid maar toch balen dat je naar huis moest.

 

Volleybal is een denksport.

Een schaakspel met verschillende pionnen. Geen allegaartje van door elkaar lopende snotters die hollen achter een bal die als een springbal over en weer hotst. Nee, zonder inzicht of systeem kom je er niet. Wanneer je eindelijk de techniek onder de knie, excuseer, in de vingers had dan moest het eigenlijk nog allemaal beginnen. Vraag een leek niet het spelsysteem van volleybal uit te leggen. ‘Ze lopen allemaal door elkaar meneer en doen maar wat‘. Ik herinner mij dat we volleybal werden onderwezen. Positie per positie. Eerst op papier, daarna op het veld zonder 1 bal in de buurt en vervolgens door de bal te gooien. Ten slotte voor echt. Telkens sneller, hoger,… mooier.

 

Volleybal is een zuivere teamsport.

En als je na enkele jaren voldoende technisch onderlegd was en het spelsysteem snapte dat zelf je eigen ouders misschien niet helemaal begrepen, dan leerde je samen te spelen. Niet de beste speler beslist over winst. Nee, het team doet dat. In het volleybal kan je niet dribbelen of naar je zelf passen. Nee, je bent afhankelijk van die andere. En als die toevallig minder goed was dan jij dan moest je een manier vinden om met die speler te kunnen samenspelen. Of als jij de ‘zwakkere’ was dan moest je jezelf onderscheiden op andere vlakken. En ja, volleybal leent zich voornamelijk naar mensen met lengte. Maar of je nu een slungel van 2 meter bent of een vinnige speler van 1m70, beiden hebben hun plaats in het schaakspel.

Na enkele jaren volharding komt dan het besef wat een mooie sport volleybal is. Alleen sta je daar soms alleen in. Je hoort altijd over andere sporten praten. Populaire sporten. Dus het vraagt opnieuw karakter om volleybal te verdedigen. Tegen de stroom in. Beetje eigenwijs maar dan op de goeie manier.

Je leest dat Kevin De Bruyne iedere week een huis verdient door te sjotten maar dat Red Dragons en Tigers harken voor geld en erkenning. Maar wie het spelletje volgt, weet dat het volleybal wél resultaten kan voorleggen de voorbije jaren. Zo wonnen de Dragons tegen de Europese kampioen Frankrijk. Faut le faire.

 

En je merkt dat je idolen in het volleybal gewoon Frank en Wout noemen en dat die na de match tijd hebben om handtekeningen uit te delen of een babbeltje te slaan. Niet dat ze op een Sportgala erkend worden maar jij weet wel wat voor een kanjers het zijn.

 

Dus voor volleybal kiezen, is niet kiezen voor de makkelijke weg. Maar je komt wel terecht in een wereld wars van kapsones of blitse auto’s. Waar men elkaar kent en het leuk vertoeven is. Waar WAG’s geen plaats hebben. Of het nu zaterdagmorgen in een muffe sporthal aan de andere kant van ‘t land is of in het Sportpaleis waar je zij aan zij zit met supporters van de andere ploeg. In het volleybal heb je niet echt ‘anderen’. Je support allebei voor het volleybal. En achteraf drink je naargelang je leeftijd samen een fristi of pint.

 

Om al deze redenen hoop ik stiekem dat mijn kind straks voor volleybal kiest. En als het dat niet doet, dan is dat ook best oké hoor.

 

Pieterjan Blondeel
Augustus 2016

Door deze site te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Cookies kunnen worden beheerd in uw browser of de apparaatinstellingen.