Home | Nieuws | Steven Vanmedegael debuteert bij de Red Dragons

Steven Vanmedegael debuteert bij de Red Dragons

14/05/2017

Na de play-offs starten de Red Dragons met een compleet nieuwe staff. Zoals al langer geweten wordt Vital Heynen de nieuwe coach van de Belgische mannenploeg. Dat werd – zelfs vergezeld van een krat Duits bier – uitvoerig bekend gemaakt. Minder officieel, maar al langer officieus bekend, zijn de namen van de twee assistenten van Vital: Brecht Van Kerckhove, indertijd door Heynen bij Maaseik geïntroduceerd, kijkt met heel veel gretigheid uit naar zijn nieuwe taak. Maar ook Steven Vanmedegael, de assistent van Emile Rousseaux in Roeselare, is opgetogen over de uitverkiezing, hoewel hij Vital nog niet echt goed kent. “We hebben mekaar al eens ontmoet en met mekaar gesproken over de specifieke taken van de twee assistenten en ik kijk uit naar hetgeen een boeiende periode belooft te worden,” vindt Steven, die een contract voor onbepaalde duur afsloot.

De nu 30-jarige Vanmedegael is echter helemaal niet aan zijn proefstuk toe bij de nationale ploegen. Als coach van de Belgische jeugd, zowel als van de Belgische juniores haalde hij brons op het EK. En met de generatie van Sam Deroo werd hij in 2007 zesde op het WK in Indië.

 

Waarom koos je daarna voor Roeselare?


Steven Vanmedegael: “Het is waar. Ik had op dat moment aanbiedingen van twee andere nationale junioresteams en van enkele andere ploegen. Ik kon zelfs assistent-trainer worden van een Italiaanse ploeg met de belofte dat ik nadien mocht terugkeren naar België. Ik moest de federatie verlaten omdat ik geen pedagogisch diploma bezat, maar ik kon dat toen onmogelijk halen omdat ik in het laatste jaar op de Topsportschool tegelijkertijd de jeugd en de juniores onder mijn hoede had. En bij Roeselare vond ik een plan terug voor een werking op langere termijn. Ik had altijd met de jeugd gewerkt en ik wist dus hoe groot de kloof nog was tussen juniores en seniores. Daaruit bestond mijn taak bij Knack Roeselare: de overgang van junior naar senior gemakkelijker maken.”


Met jouw referenties uit de nationale jeugdploegen had je ook hoofdtrainer kunnen worden…


“Misschien wel. En ik wil zeker als trainer hogerop klimmen. Maar ik wil ook geduldig opbouwen. Ik moet tenslotte ook rekening houden met mijn leeftijd. Ik was nog maar 27 jaar toen ik bij Roeselare begon. Ik moest ook nog aan maturiteit winnen. De kloof tussen mij en de spelers wordt steeds groter. Logisch ook. Daarom ben in blij dat ik intussen zelf vier jaar ervaring kon opdoen bij een topploeg, dat ik er volgend seizoen nog T2 kan blijven en dat er intussen ook al onderhandeld is dat ik vanaf het seizoen 2018-19 een contract van twee jaar krijg bij Roeselare als hoofdtrainer.”


Je wilde niet meer terug naar jeugdploegen, ondanks de behaalde successen?


“Neen, ik denk dat wij bij de jeugd en bij de juniores alles bereikt hebben wat er met een nationale ploeg kon bereikt worden. We haalden er het maximale uit. Misschien hadden we nadien nog meer medailles kunnen behalen, maar ik was al zeer trots op het gegeven dat wij met ons systeem zo ver geraakt waren. Want in mijn laatste jaren aan de Topsportschool werd steeds duidelijker hoe belangrijk de rol van een scouter kon zijn. Dat werd bewezen op ons EK in Turkije en sindsdien is ons scoutingapparaat steeds meer uitgebreid en er werden altijd nieuwe dingen in geprojecteerd. Soms tot ergernis van de spelers, waar we vonden steeds meer aanknopingspunten om nieuwe dingen uit te proberen. Dat deden we in het huidige seizoen dan ook met plezier bij Roeselare, zeker met de komst van topploegen als Perugia, Kazan of Civitanova.”

 


Het vertrouwen in jou is groot als Roeselare je nu reeds een contract van twee jaren als hoofdtrainer aanbiedt vanaf 2018…


“Eigenlijk ben ik nooit gestopt als trainer, op de eerste vier maanden bij Roeselare na. Maar vanaf dan zagen ze dat ze op mij konden rekenen om trainingen te geven en dat kwam ook nog goed uit voor Emile Rousseaux. Hij deed de namiddagtrainingen en ik nam de ochtendtrainingen voor mijn rekening.”

 

Je wist dan ook al langer dat Emile vanaf 2018 de coördinatie van de Franse nationale vrouwenploeg op zich zou nemen?

 

“Het was geen verrassing dat Emile ging vertrekken. Eigenlijk wilde hij na vorig seizoen al iets anders doen. Hij heeft er mij wel over ingelicht, ja.”


Zal de combinatie Roeselare – nationale ploeg verenigbaar blijven?


“Ik denk dat het nog iets te vroeg is om me daarover uit te spreken. Ik wil in de zomer 2018 zeker ook nog aanwezig zijn op de club. Ik wil weten over welke spelers ik zal kunnen beschikken als ik zelf hoofdtrainer word. Ik moet ook zien hoe het loopt bij de Red Dragons. Ik ken Vital niet en hij kent mij eigenlijk ook niet. Ik vind het boeiend om mekaar te leren kennen. Hij heeft alleszins al bewezen dat hij knappe resultaten kan neerzetten met niet altijd echt ‘sterke’ teams. We kunnen misschien allebei een lichtjes andere visie op het spel hebben, maar ik zal zien wat ik ermee kan doen. Het is voor mij natuurlijk een voordeel dat ik al enkele jaren in de club zit, die de grootste leverancier is van spelers voor de Red Dragons. Ik ken hen wel en ik ken intussen ook veel andere spelers.”


Zullen wel alle spelers van Roeselare present zijn?


“Daarvoor moeten we misschien eerst de play-offs afwachten. Hoe dan ook, in het volley werken we met een breed pakket en in een brede omgeving: zonder jeugd en zonder clubs bestaat er geen nationale ploeg. Ze hebben mekaar gewoon nodig. Misschien missen we soms te weinig mensen om tegen de schenen te schoppen om tot die overtuiging te komen.”


Je krijgt niet veel tijd om de klik te maken van Roeselare naar nationale ploeg…


“Zo gauw de playoffs gedaan zijn, is het inderdaad focussen op de nationale ploeg. Tot na de zomer. Dan denk ik dat ik ook weer graag zal teruggaan naar de club. Ach, je bent jong, energiek, je wil wat en dan is het nu het moment om dat ook te doen. Natuurlijk probeer ik daartussen ook het familiale te combineren, al is dat wel eens afhankelijk van de resultaten.”

 

Je acht je intussen voldoende sterk om de stap naar de top te zetten?


“Ik kijk zeker nog uit naar de samenwerking met Vital Heynen. Ik was vorig jaar graag eens gaan kijken naar de manier waarop hij in Duitsland zijn trainingen gaf. Wellicht heeft hij een andere aanpak dan de meeste trainers hier. Maar ik denk wel dat ik intussen de nodige bagage heb meegekregen om zelf stilaan een toptrainer te worden. Ik zal dan met vier toptrainers gewerkt hebben: Claudio Gewehr, Dominique Baeyens, Emile Rousseaux en Vital Heynen. Wie kan dat zeggen? Allemaal mensen die jaren alles op het hoogste niveau hebben mee gemaakt. Ik weet ook wel dat je als trainer afhankelijk bent van de resultaten, maar technisch en tactisch kan ik zeker mijn mannetje staan. Het zal misschien nog wat aanpassing vergen om met bepaalde conflictsituaties om te gaan en om het management soms te overtuigen van een aantal stellingen, maar dat moet lukken.”


Jullie begonnen twee jaar geleden ook met een ‘Knackvolleyacademie’…


“Die is uitsluitend bestemd voor spelertjes die niet naar de Topsport Volleyschool kunnen of willen gaan. Hen willen we een aantal extrauren volleybal aanbieden. Emile en ik kregen de opdracht om dit project te realiseren. Ikzelf ben er de coördinator van, maar ik geef er helemaal geen training. Ze krijgen twaalf uren training per week, maar we proberen rekening te houden met de gevaren die de kinderen lopen op die jonge leeftijd. Daarom voorzien we ook een kleine opvolging via een kinesist en een dokter. De spelers moeten ook beschikken over een gezonde lichaamstoestand en daarin helpt een diëtiste hen.”


Is dat geen concurrentie voor de Topsportschool in Vilvoorde?


“Neen. Het is LOUTER voor spelers die niet naar de Topsportschool gaan. Wij willen ook een vangnet zijn voor spelers die niet altijd aan de bak komen en die zich bij ons verder kunnen ontplooien. Of we daar zelf iets uit halen, weet ik nog niet. Maar we kunnen ze misschien wel ergens
‘plaatsen’ waar ze speelkansen krijgen. Zo zouden Benjamin Robbe en Mathijs Desmet eventueel naar ons terugkomen. Akkoord, ze zouden bij ons eventueel zelfs maar de 13de, 14de of 15de speler zijn, maar dat zou tegelijkertijd wel kunnen betekenen dat we voldoende spelers op training hebben. Zeker in de periode augustus/september, waarin de nationale ploeg actief is en wij soms gewoon met te weinig spelers aanwezig zijn om oefenwedstrijden te kunnen spelen. Zij kunnen nog wel meespelen met de ploeg van de Topsportschool in competitie.”


Dus echt geen concurrentie voor de Topsportschool?


“Daar zijn heel goede afspraken over gemaakt met Dominique Baeyens en Koen Hoeyberghs. Wie wil, kan absoluut nog altijd naar het project in Vilvoorde. Wij kunnen ze bij ons niet zo veel aanbieden dan wat ze in de Topsportschool krijgen.”

 


Tekst: Marcel Coppens - VolleyMagazine mei 2017
Foto’s: Jan Vanmedegael

Door deze site te gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Cookies kunnen worden beheerd in uw browser of de apparaatinstellingen.